2. Een vullisbak ?! Leg dat maar s uit…

De TheaterkamerBlog over acteren, De Theaterkamer

Eergisteren schreef ik over de vuilnisbak-methode en hoe dat mij eindelijk een inzicht gaf over wat goed acteren nu echt is.

Hoe zat het? De acteerdocent zette een vullisbak (C) aan de ene kant van de zaal, een speler (A) aan de andere kant en een derde speler ertussenin (B). Go!

Ja, ja, maar hoe werkt dat dan?
Speler A wil koste wat het kost de vullisbak C aanraken en speler B wil dat koste wat het kost voorkomen, was de opdracht.
Alles mag, behalve gewonden.
We zien hier een aantal acteer begrippen voorbijkomen, die je wel vaker in toneellessen zult horen.  Maar we weten niet altijd precies waar het woord voor staat en welke betekenis het heeft voor goed acteren: noodzaak, doel, actie, strategie, verbeelding, emotie, obstakel, authenticiteit (houd het dicht bij je zelf), etc.

Speler A heeft een noodzaak vuilnisbak C aan te raken en B heeft een noodzaak dit te belemmeren. Vuilnisbak C is het doel. Speler B is het obstakel voor A. A en B zetten allebei allerlei strategieën in om hun doel te bereiken: acties (tekst, fysiek, emoties, etc) Verbeelding helpt om er een scene van te maken (jij bent een geheim agent A die een bom C onschadelijk moet maken en B is een terrorist die de boel wil opblazen en jou belemmert bij de bom te komen. Of iets dergelijks)
En reken maar dat tijdens het uitvoeren van de opdracht als vanzelf een boel emoties vrijkomen. Zomaar gratis en voor niets.

Belangrijk bij goed acteren is dat je niet ‘doet alsof’ maar dat je ‘echt doet’
Je wilt echt die ‘bom’/vullisbak aanraken en daarmee onschadelijk maken. Je hebt die noodzaak en daar hoort ‘doen alsof’ niet bij. Een beetje terrorist doet ook niet alsof hij een bom legt, toch? Echt doen (en niet alsof) leidt tot authentiek spel.

Natuurlijk: theater is niet echt, de bom is niet echt, het ‘paleis’ waar je in speelt is niet echt, dat zijn ‘gegeven en verbeeldde omstandigheden’ (ook weer een theaterterm) maar jouw gedrag als mens/acteur/rol is wel echt. En daar zit de kneep van goed acteren.

Als je gedrag echt is en je voelt de noodzaak te doen wat je doet, komen de emoties vanzelf. Net als in het gewone dagelijks leven…

Dit is de basis van goed acteren. Iedereen kan dat. Net als tegen een balletje trappen. Maar niet iedereen is een Messi.
Je hebt ook nog zoiets als techniek, en het aanvoelen van het spel, het begrijpen van de scene…

De rol van je techniek is simpel: als je strategie is te ‘praten als Brugman’ om de terrorist te overtuigen (strategie en actie) , maar je bent onverstaanbaar, want je mompelt en bent nog niet getraind, dan schiet je techniek nog te kort en heeft je spel nog geen impact. Hoewel je alles verder snapt en toepast.

Afijn, dit is best een theoretisch verhaal natuurlijk, wel interessant, maar niet per se leuk.

Leuk is het vooral om het gewoon te doen, acteren. En dat doe je dan natuurlijk bij De Theaterkamer. Gedurende de lessen praten we minimaal over technieken – alleen het noodzakelijke – en zijn we vooral aan het doen. Aan het Acteren. Maar we weten wel heel goed waaraan we moeten werken en dat is belangrijk genoeg.

De volgende mail gaat over wat een sportwedstrijd met acteren te maken heeft en wat doen emoties daarbij?